Toen de hoofdstraat nog overdekt was

De middeleeuwse markthallen van de 15de eeuw tot 1773

De oudsten herinneren zich nog de markthallen aan de voet van de kathedraal, die in 1968 werden vernietigd, maar weinigen weten nog waar zich de middeleeuwse markthal bevond. Tot 1773 stond deze beneden in de huidige Rue Général-Leclerc, vanaf het begin van de rue Rozière tot de kapel van Kreisker.

Het ging om een markt-straat, zoals dikwijls het geval was in de Middeleeuwen. In kleine steden, gebouwd rond een centrale hoofdstraat, was enkel een eenvoudige en functionele architectuur mogelijk. Het ging om een groot rechthoekig gebouw met houten zuilenrijen waarop een leistenen dak rustte. Op de dagen dat er geen markt was, kon men er vrij doorwandelen.

Christel Douard maakte een boeiende studie over de middeleeuwse markthal van Saint-Pol.

In de 15de eeuw...

Bij gebrek aan precieze archiefstukken is het moeilijk de bouw van de markthal van Saint Pol-de-Léon correct te situeren. Op basis van de structuur kan het in de 15de eeuw zijn geweest, toen de stad een economische bloeiperiode kende zonder precedent, waarbij de zee, met de havens van Pempoul en Roscoff, alsook het agrarische binnenland, met zijn rijke en vruchtbare gronden, een rol speelden.

De as gevormd door de hoofdstraat, waarop deze markthal zich bevond, lag in het midden tussen de twee concurrerende polen van de stad : de bisschopszetel, gedomineerd door de kathedraal van Saint- Paul-Aurélien en de grenszone van de eerder commerciële voorstad, overheerst door de enorme kapel van Notre-Dame-du-Kreisker. De markthal, die in feodaal bezit was, werd in 1614 voorzien van de wapentekens van de markiezen van Kerman.

14 zuilenrijen

Het gebouw had 14 zuilenrijen. Tussen 1767 en 1773 werd het steeds beschouwd als een onomzeilbaar economisch instrument dat echter tegelijkertijd de plannen van de projectontwikkelaars dwarsboomde ; er werd besloten het te vernietigen en elders weer op te bouwen. Pierre-Joachim Besnard, ingenieur van bruggen en wegen, ontwierp een plan van de stad dat, tenminste op papier, voorzag om van het sterk door de Middeleeuwen doordrongen Saint-Pol-de-Léon een klassieke stad te maken met een regelmatige stratenstructuur. De markthal, een overblijfsel uit de Middeleeuwen, vormde een hindernis in een drukke doorgang en was een doorn in het oog van de projetontwikkelaar, opgeleid volgens de ideeën van de Verlichting.

In 1773 tekende Besnard ook de doorsnede van een verheven gedeelte dat ons informeert over het aspect van het aan alle zijden open gebouw : het was 50 meter lang en 8 meter breed ; een gebint met draagbalken en gebogen korbelen droeg een schilddak, terwijl de stenen basis verhinderde dat het vocht zou opstijgen.

JPEG

Een toevluchtsoord voor criminelen

Tijdens de debatten van de stedelijke gemeente werd snel overeen gekomen de markthal te verplaatsen. “De verfraaiing van de stad, het comfort van haar inwoners en de openbare veiligheid” waren zowel voor de notabelen als voor de ingenieur voldoende redenen om het gebouw te vernietigen.

Uit de debatten blijkt dat er wel degelijk bezorgdheid heerste over de veiligheid : ”Graaf Poulpiquet de Coatiez, eigenaar van deze markthal, stemt ermee in dat ze wordt vernietigd en dat de gemeente de materialen gebruikt voor de heropbouw van een nieuwe markthal ; de verplaatsing is des te voordeliger daar, aan de ene kant, de open hal vandaag het zicht belemmert op het mooiste deel van de stad en aan de andere kant als toevluchtsoord dient voor (...) criminelen die er zich schuilhouden in de duisternis om vandaar voorbijgangers te beledigen en te mishandelen wat leidt tot dagelijkse klachten bij de politie“ (Archives départementales du Finistère. Serie 2E 1522)

Markthal of mensenmassa ?

In oude teksten wordt vooral het woord “cohue” (mensenmassa) gebruikt, uit het bretoens Koc’hu, zoals bijvoorbeeld in 1306 in Guingamp, la Roche-Derrien, Lamballe en Quimperlé, in 1429 in Josselin, in 1541 in Bain de Bretagne of nog in de 16de eeuw in Rennes of Carhaix. Tegelijkertijd wordt het woord “hal” gebruikt vanaf de 15de eeuw, toen het woord “cohue” geleidelijk aan in onbruik geraakte en in het Frans de metonymische betekenis had van mensenmassa of lawaaierige menigte. Maar gonsde het niet van het lawaai en de opwinding op markten en kermissen, alsook tijdens religieuze evenenementen - het een had dikwijls met het ander te maken !? Er was inderdaad een mensenmassa (“cohue”) en oorverdovend lawaai in de markthal.

MAJ 24 avril 2006